Cito, witte reu, zou vijf nesten voortbrengen bij vier verschillende teven. Enkel Miju, één van de vier, was zwart van kleur. Niettegenstaande waren niet minder dan veertien van de achttien pups uit de vijf nesten, helemaal zwart; wat doet beweren dat Cito verantwoordelijk is voor de zwarte kleur bij de Eurasiër. Dit is echter waar en onwaar: één van de eerste reuen Chow-Chow die aan de oorsprong van de Wolf-Chow lag, Igor von Kwy-Chu-Florian, was zwart.
Hierna werden nog twee lijnen toegelaten: de 7de tussen reu Keeshond Astor en teef Chow-Chow Aina (met twee nesten en twaalf pups in 1972 en 1973) en de 8ste tussen reu Chow-Chow Hérold en teef Keeshond Molly (met drie nesten en drieëntwintig pups tussen 1974 en 1976).
Wetende dat de Chow-Chow een hond van Aziatische komaf en de Keeshond van Europese komaf was, vond Julius Wipfel een naam voor het nieuw ontstane ras, de EURASIER.
Zo zou de menselijke selectie een hond doen ontstaan die de beste fysieke en mentale kwaliteiten had, en die esthetisch gesproken meer dan bevredigend was! Elegant en stevig, van middelmatige grootte en met een prachtige vacht, heeft de Eurasiër een fier en driehoekig hoofd met sombere, licht amandelvormige ogen en een rechte, intelligente blik.
In 1972 krijgt Konrad Lorenz één van de eerste Eurasiërs cadeau, Nanette vom Jägerhof; die volgens hemzelf de beste hond was die hij ooit gehad heeft.
Dit nieuwe ras is heden ten dage volledig vaststaand. Ze werd in 1973 door de FCI (Fédération Cynologique Internationale) erkend en de rasstandaard werd opgenomen onder het nummer 291 op 27 februari 1973; het jaar waarin ook Lorenz de Nobelprijs voor de Geneeskunde kreeg. Julius Wipfel deed er dus een twintig tal jaar over om zijn droom tot werkelijkheid te maken.